-
‘k Zat bij nen boom te lezen, / al in mijnen brevier; …
-
't Wordt al sterre dat men ziet / in dat hoog en blauw verschiet daar, …
-
's Avonds zie 'k de sterren geren, / die daar zitten, hooge en fijn, …
-
't Er viel 'ne keer een bladtjen op / het water …
-
'T GROEIT overal entwat: / tot op de blauwe schorren, …
-
't Is dag! 'k Ben uitgerust: / het voedzaam vaste slapen …
-
't Is stille. Rustig ligt / en slaapt het altemaal, …
-
't Ligt alles weêrom witgesneeuwd, / zoo wit als waar' 't een laken: …
-
Daar hipt en wipt, den tak omtrent, / een pimpermeesk', half zonneblend; …
-
De zonne zit / zoo snel en blinkt, …
-
De Leye ligt zoo stille, alsof / van staal ze zou bedegen, …
-
Klap-klap-klap / m'n dertien duiven …
-
(CYPSELUS APUS) / "Zie, zie, zie, …
-
Gedoken half, in 't riet, / half zichtbaar, in de rieten, …
-
Op en neêr, in de elzentronken, / neêr en op, gewiegewaagd, …
-
Noch groen en is noch geluw, dat / nog onvolworden lenteblad, …
-
't Meiske, met zijn' teele melk, / op zijn bloote voetjes, …
-
o Band, om oost en west te snoeren, / om zuid en noord, om zee en zand …
-
(MATTH. XVI:2) / Al rood is 't, dat ik zie: …
-
Hoe zwart, hoe zwart is, ommentomme, / dat zwellend hout in 't boomenland; …
-
o! Wat schoon-, wat bolgekruinden / lindeboom …
-
Gelijk een been ten honde, / zoo smijt gij mij, voor dank, …
-
Aanziet de kraaien die van zaai- / noch oestgetij en weten, …
-
Verschgevelde abeelenboomen / liggen langs de grachten heen, …
-
Bemint men iemand recht en wel, / zoo zal men hem voor metgezel …
-
Nog ijdel staan de boomen, in / de blauwe lucht, en blaren …
-
Aleer het licht ten avond raakt, / o Schepper aller dingen, waakt …
-
Alleene, uit aller oogen / zitte ik, in den hoogen …
-
spreekt het al een taal dat leeft, / 't lijzigste gefluister …
-
Onder 't duister dak gedoken, / stroo en vodden altegaar, …
-
Heil u, heil u, Koninginne, / vrije Vrouw der zoeter minne …
-
HET licht verlaat ons: dampen doen / nu de aangenaamste geuren; …
-
NOG nauwlijks is het groen / der boomen groene, en even …
-
Bast van murwe wijngaardbezen / kan alleen de weêrga wezen …
-
Beziet die booze katte, hoe / zij nalijks nijpt heure oogen toe. …
-
't Heeft fel gezomerzijpt, en, water gieten, / onthier een amerij, deed 't immer aan; …
-
De boomen strooien weêr den weg / met wakke winterblaren, …
-
Geen één blad op de boomen! Af / is alles; voor de vlagen …
-
HOE eigen zijn de boomen al, / van dracht en groeibaarheid: …
-
Het jong hout staat, den rugge krom, / ootmoedig neêrgestopen; …
-
Aanschouwt mij, hier en daar, / die bende Casselkoeien; …
-
't Is stille, Cinxendag en, over 't plekske vloers, / van waar ik henenzie en schouwen kan, daarboven, …
-
Gevlerikt, na der vliegen aard; / gereesemd, al omleegewaard …
-
De boodschap uit des Heeren woon / 't geheim des Heeren boodschappend, …
-
In 't blauwe van den hemel doekt / een kleene, witte wolke …
-
De oude roo dakpannen schijnen zoo schoon, / schuren bedekkende en boeien, …
-
De schamele, oude boom, / die midden in de vaten, …
-
DE meiboom vóór / de deure staat, …
-
OCH Moeder, is dat nu de / nachtegaal, …
-
De navond komt zoo stil, zoo stil, / zoo traagzaam aangetreden, …
-
Met zwart- en zwaren zwaai aan 't werken door de grauwe, / de zonnelooze locht, ik de oude rave aanschouwe; …
-
I / Daar zat, in 't gers, een blommeken …
-
De sperretakken staan, nabij / den boom, alsof hun blâren …
-
Tempus non erit amplius. Apoc. X, 6. / Verloren is 't gepijnd om aan …
-
De heilige Vrouwen, de vrienden ons Heeren: / o Moeder van die lange en leede en scherpe zieledolken, …
-
De vlaamsche tale is wonder zoet / voor die heur geen geweld en doet, …
-
Ons Heere Jesus-Christus: / Ach, moeders, moeders, moeders, en Jerusalemsche vrouwen, …
-
DEUR 't haaghout raamt / de wilde wind, …
-
De zee, de zee, ze 'n zoeft bijkans / zoo zeer niet als de boomen, …
-
Die mijn hert bemint, o konde ik / hem gevinden! Heere, vonde ik …
-
‘k Heb menig uur bij u / gesleten en genoten, …
-
Wilt ge een hof vol beukenboomen, / zwarte en groene, als daken dicht, …
-
De vier heilige Evangelisten: / Gebannen, gaat en draagt hij, lijdende …
-
Ik ben een blomme / en bloeie voor uwe oogen, …
-
Joseph van Arimatheia: / Ons laat den Heere, na de rouwgeplogentheden, …
-
'k En heb vandage, o levensbronne, / geen eenen keer gezien u, zonne, …
-
'k Zie liever die te bergewaard / zijn roekloos opgeklommen, …
-
Spotlied. De oversten des Volks: / Verloochend en verlaten, …
-
O crux ave, Spes unica / Mundi Salus et gloria, …
-
Gelijk de arme pelgrim getreden komt, / die pijn heeft en honger geleden om 't …
-
Magdalena, en de heilige Vrouwen: / Waar gaat hij heen, dien 't herte mijn …
-
o Hoogste, grootste goedheid, God, / mijn herte haakt om u, tot smachtens, …
-
Groengemeide boomen, boven / mij, daarin den Heere loven …
-
Gij blauwgekaakte wolken daar / halfwit omtrent uw boorden, …
-
Hebt meêlijen met de boomen, laat / den bast hun ongeschonden; …
-
't Is scherenstijd in 't houtgewas. / De blaren vallen: grond en gras …
-
Hoe helder klinkt / de klokkentaal …
-
Een meezennestje is uitgebroken, / dat, in den wulgentronk …
-
(Gyrinus Natans) / O Krinklende winklende waterding …
-
Wanneer, wanneer zal 't hier in Vlanderen / zoo 't vroeger ging, eens weder gaan? …
-
Hosannah zingt, / 't is palmendag. …
-
Het Vlaamsche heer staat immer pal, / daar 't winnen of daar 't sterven zal: …
-
Ik droome alreê van u, mijn kind, / en van de blijde dagen, de dagen …
-
De paden zijn, door 't lang geweld / des regentijds, getigerveld, …
-
Hoe kan dit zijn, / o Schepper van hierboven, …
-
Blz. / 't Er viel 'ne keer 1 …
-
Als één verdriet is uitgezucht, / er ruimte is, zult ge zeggen, …
-
Dit hier is een gedichtje op mijn ondervinden van 't geen men, / geloove ik, Couleurs complémentaires heet; de zwarte letters in mijn …
-
Rechte en zonder krommenissen, / tusschen u en mij, beslissen …
-
Ach, Lena lief, daar is / in de geschiedenis …
-
't Is lentegroen genoeg, / voor honderdduizend oogen; …
-
Maria, de Moeder Gods: / Wach-arme, ik, in Jeruzalem u zoekende, eer veel jaren, …
-
't En is van u / hiernederwaard …
-
De musschen weêral, vrij en vrank, / vergâren, en verzinnen …
-
De vijanden ons Heeren: / Sla-dood!--Hij ga ter galgenstraf! …
-
Gegrauwdoekt is de grond / der kimme en allenthenen …
-
o Heemelijke diepten van / 't vol schaduw hangend boschgebied: …
-
Ik wil mij gansch u geven nu, / o liefste Jesu zoet, …
-
O! 't ruisen van het ranke riet! / o wist ik toch uw droevig lied! …
-
Och, ware ik ongevoelig en / mijn herte een steen bedegen, …
-
Hoe schoone, och, hoe veel schoonder is, / al moete 't nu gaan sterven, …
-
o Altijd onbevlekte Vrouwe, / ik ben onweerd, eilaas, dat ik uw licht aanschouwe, …
-
Nog eer de blâren schieten, / in 't hofbeluik, …
-
Alhier, aldaar, wijd uit, wijd om, / wijd afgevallen blaren …
-
Ze hebben hier hem neêrgeleid, / in de aarde der gestorvene, …
-
Daar viel mij in 't gedacht entwat, / dat, al te onveerdig opgevat, …
-
Vlienderboom, 't is al verloren, / dat ik, u voorbijgeschoren, …
-
Hoe schoon zijn de ongekunstenaarde / boomen, die …
-
De vrienden ons Heeren: / Simoen, van Cyrenen …
-
Men maakt hedendaags nog Sint-Jans vier te Kortrijk, / te midzomer, op Sint Jan-Baptistendag; men danst en …
-
Waait mij nu zoetjes, / o zuchtende wind; …
-
Nen zwicht van bloeroo bezekens, / de weêrga van coraal, …
-
„'k Zie-'t!” zoo vliggert, vlug te vlerke, / recht den torre in van de kerke, …
-
Het versch geschoren gers is zoet / om zien, en, in de zonne …
-
"Past op," zei Meester Heuverswijn, / "dat iemand,--wie die snaken zijn, …
-
Scheef is de poorte van / oudheid, geweken: …
-
't Is nevelkoud, / en, 's halfvoornoens, nog …
-
De vane omhooge! en immer voort, / die weerbaar is, gestreden! …
-
Ze stappen, hun' bellen al klinken, / de vrome twee horsen te gaar; …
-
Maar twijfelzonnig lente en is 't, / de wind en wilt niet zoeten: …
-
Ik hoore 't klokspel nauwelijks, / en nauwelijks de slagen, …
-
Geleefd! roepen ze: / 't is zoo vroeg te sterven; …
-
o Al te kwade boodschapper, / die, bitsig als een horselbie; …
-
Verlorenbroods zijn zulke lieden, / die weinig hope of geene u bieden, …
-
Och, Tone, tend de tijd daar is, / en zal 't geen rijspap regenen; …
-
Waar zat gij dan / gestoken gij, …
-
Ik hoore 't, gij vogelkens, / luide genoeg …
-
Hoe wijsterwaster vliegt de lucht / vol witte en lange stressen …
-
Weer een weggeroofde lelie / uit des werelds doorenveld, …
-
"Wie is als God!" zoo wierd het woord, / in lang verleden tijden, …
-
Thus ardens in igne. / o Wierookgraan, …
-
Hoe komt het, dat de lucht, / zoo hel, geleên …
-
't Is helderblauw, vandage, / en warmer als twee dagen …
-
DE wintermuggen zijn / aan 't dansen, ommentomme, …
-
HOE zwart staan al de boomen in / de witheid, onverwacht, …
-
EEN witte spree / ligt overal …
-
De zonne vecht! Het noordervolk / komt woedend opgestoven, …
-
Onder hun' hoeden / zoo liggen ze, in 't vlas; …
-
Een blomken heb ik staan, nabij / me, in de oude boekenzale, …