Twijfelzonnig

by Guido Gezelle Dutch

Maar twijfelzonnig lente en is 't,
de wind en wilt niet zoeten:
't geboren loof zijn moeder mist
en wachten zal 't mij moeten,
zoo lange er buien bovenslaan,
om schielijk weer zijn gang te gaan.

Zijn gang te gaan, in weide en bosch,
in heesters en in hoven,
begeert het, alle boeien los
en alle buien boven;
dan wilt het al vol zonne zijn,
vol wellust en vol wonne zijn.

Vol wonne zijn mijn herte zal,
herlachen en herleven;
voor winden noch voor ongeval
van bange buien beven.
Och, lente, weest mij willekom
en werkt uw edel werk weêrom!

Uw edel werk zoo wille ik dan
een liedeken vereeren,
daar 't vogelvolk niet aan en kan,
en zingen 't duizend keeren;
maar al zoo lang 't uw wonne mist,
mijn herte, twijfelzonnig is 't.

More poems by Guido Gezelle

All poems by Guido Gezelle →