In Speculo

by Guido Gezelle Dutch

Hoe kan dit zijn,
o Schepper van hierboven,
dat ik U maar
en zie als in een' glans,
als in een glas
te zelden onbestoven
van doom en stof,
en nooit geheel en gansch?

Zoo Gij bestaat,
en God zijt, moet het wezen,
dat ik U zie:
dat, zonder doek, entwaar,
ik schouwen kan
en, schouwende, in 't nadezen,
vanbij U zie
en eeuwig op U staar!

Hoe kan dat zijn:
om niet en is gegeven,
uit Uwe hand,
het leefvermogen, dat
mij zuchten doet
en zoeken, naar een leven
dat alle goed,
in 't zien van U, bevat!

Daar komt toch eens,
ten oosten uit, een dagen,
een dageraad,
eene eeuwigheid, die niet
meer weg en kan
noch weder, noch vertragen
het zielgezucht
dat zoekt en niet en ziet.

Mijne ooge zal
eens vol U zien, en varen
zoo 't druppelken
in zee, dat is versmoord:
zij zal U zien,
verafgrond in de baren
der ziende zee,
die bedde en heeft noch boord!

More poems by Guido Gezelle

All poems by Guido Gezelle →