Slaaplied

by Guido Gezelle Dutch

Waait mij nu zoetjes,
o zuchtende wind;
wiegt mij en douwt mij
dat zuilende kind;
speelt om zijn wichtelijk
aanzichtje en laat
Jesuken rusten; het
slapen nu gaat.

Palmen die roerende en
wagende zijt,
stilt om mijn kindeke uw
takken nen tijd;
engelkens, zoetjes, ach,
Jesuken wilt
slapen: uw' tonge en
uw' harpe nu stilt.

Vogelkes zwijgt, die daar
huppelt en springt;
dauwdruppels, zoetjes en
belt noch en klinkt;
zonne, uw machtige
stralen verfrischt:
't kindeke Jesus.... in
slape.... nu is 't!

More poems by Guido Gezelle

All poems by Guido Gezelle →