Schoonheid

by Guido Gezelle Dutch

Hoe schoon zijn de ongekunstenaarde
boomen, die
'k, erkenbaar uit elkander, in den
hemel zie
geschoten staan, en dragende elk een
beeltenis,
daar 't werken van Gods hand nog aan te
vinden is!

Hoe schoon is, ongeschonden, in de
zonnenkracht,
't wijduitgespreide bouwsel van de
boomenpracht,
ten toppen uit gedreven, en, van
dracht, alzoo 't
de Schepper eerst, beminnende, uit zijn
handen goot!

Het was alzoo geschapen en, van
God gemaakt:
waarom en laat ge 't, mensch, door u niet
aangeraakt,
geworden, 't onverbeterbare en
't schoonste van
de schoonheid, daar geen menschenhand ooit
aan en kan?

More poems by Guido Gezelle

All poems by Guido Gezelle →