Tusschenzang:
De vane omhooge! en immer voort,
die weerbaar is, gestreden!
"Wie is als God!" weergalme 't woord
des zegepraals, nog heden!
De vijand wierd verwonnen, maar
zijn hoogmoed niet gebroken;
met lichaamsrampe en zielgevaar
blijft satan ons bestoken;
doch, stuive en storme 't nog zoo fel,
"Wie is als God!" roep Michaël.