Excelsior

by Guido Gezelle Dutch

'k Zie liever die te bergewaard
zijn roekloos opgeklommen,
als die, om loon, zoo zaan de vaart
gedaan is, nederkommen.

Die stijgt noch af- noch om en ziet
naar die in de eerde wroeten;
noch, dwee van halze, en kust hij niet
of waren 't keizersvoeten.

'k Zie liever die de zegevaan
mij deur de wolken steken,
excelsior, en, vóórgegaan,
mij moed in 't herte spreken.

Dan zegge ik: „Op! Dat ander kan,
dat kan, dat wil, dat zal ik:
geen oneere en geen schande en kan
mijn durven deren, valle ik.”

Hooveerdigheid is valsch van doen,
van zeggen en van zeden:
ootmoedig wil ik, ridder koen,
tot stijgen mij besteden.

Zoo God mij helpt, en gij mijn vuist,
op Libans hoogste kragen,
of vielender omtrent mij duist,
nog wil, nog zal 'k het wagen.

VOETNOTEN:

1 Dra.

2 Punttoppen, kamlijn.

3 Duizend.

More poems by Guido Gezelle

All poems by Guido Gezelle →