Goddelijke Beschouwingen
o Hoogste, grootste goedheid, God,
mijn herte haakt om u, tot smachtens,
tot stervens schier; en immer wachtens,
is 't moe voortaan. Och, uit het slot,
dat mij benauwd houdt en gevangen,
verlost me, gij die mijn verlangen
volleesten kunt alleen! Wie zal,
in 's werelds perk, in 's hemels paden,
mij buiten u, o God, verzaden,
mijn eenig deel, mijn eeuwig al?
1898.
Uit de vertaling van Z. D. H. Mgr. Dr. G. J. Waffelaert's