-
Wij hebben ons vandaag verlaat! / Pas bij de laatste brug …
-
Wanneer zijt gij meest van mij? / Als de gangen mijner ooren …
-
Daar is een lied dat 'k zingen moet — / O de avondzon op 't lentegras! — …
-
Daar bloeide es eenmaal / Een bloempie op de hei — …
-
Het was avond op de heide / En de gansche hei was leeg, …
-
Toen ik heden opzag van mijn leven, / Uit de schaduw van mijn stille zorgen, …
-
De smalle ring, de gouden band / Schendt niet de naaktheid van uw hand, …
-
Daar komt een stilte aan mijn lijf / En wezenloos gelaat — …
-
Ik zag uw ziel in oogenschijn / Beluistren als een schoon verhaal …
-
Wij die onze eenzaamheid / Droegen als goden, …
-
Dit is geluk: / Dit is de vreugd die langer duurt …
-
Tot de sterren met u keeren, / Straalkrans om uw goudner lach, …
-
Toen zonk het leven heen van eiken stillen boom, / Toen rezen neevlen uit de leeggeworden hoven …
-
Soms dwaalt mijn geest opeens weer naar u henen, / En ruischt door mij een golf van dat verleden, …
-
Wat zijt gij klein Holland / Met al uw velden en vlakke wegen, …
-
De zon wordt onverbeeldbaar schoon / Boven den mist die houdt omhangen …
-
Dien de blinden blinde smaden, / Daar uw glans hun schemer dooft …
-
Nu kom ik elken nacht, Moeder, slapen bij u thuis: / Geen afstand in den avond scheidt mij van uw liefdelichte huis. …
-
Roode lippen, blanke leden / Wijken uit hun eng omhelzen …
-
Al de gouden middaguren / Van de zonnen die verzonken, …
-
Lach en tranen worden zelden / Aan de heemlen onzer oogen, …
-
O! als een dier te zijn / — Een dier in de zonneschijn — …
-
Zienlijk wordt de wereld bleek, / Welhaast zal het nachten — …
-
Het maanlicht vult de zuivre heemlen / Met glanzende geheimenis, …
-
Soms kijk ik uit mijn leven op / Of iets voorbij mij gaat — …
-
Vind ik un eindlijk, broeder Nacht? / Hoe heb ik dag en nacht gesmacht …
-
En waart gij nimmer zelf gekomen, / En had geluk slechts kunnen zijn …
-
Als onwisselbaren schat / Draagt de ziel heur rijk gemis …
-
Als een wolk van zalige oogen, / Uit het land waar 't eeuwig zomert …
-
Nu kunt gij veilig slapen gaan, / Nu al de heemlen openstaan: …
-
Het was 't einde van de dag, / Die was aan het bezwijken, …
-
De avond ruischt door de akkerlanden, / En draagt met eenen zoeten zucht …
-
De avond komt naar beneden / En verguldt al dat wuivende loof — …
-
Nu dwalen in de avond die geuren / Ons pad voorbij — …
-
Ik zat bij de groene glimmende bladen / Aan de sloot, met de glinstrige wilgen, — …
-
Voor de oogen van de voorjaarszon / Strekt de winter weêr zijn wolken hand. …
-
Daar blijft een zegen dien de ziel / Nog maar aan levens einder ziet: …
-
Slaap zal tot mijn ziel niet naken / Door den stillen lichten nacht: …
-
Zingen, lief, is zich belijden / In de naakte heimlijkheid …
-
Daar ben 'k gekuierd / Door 't zomerland, …
-
Reikt nog eens zijn stralen armen / De verbannen zomerzon? …