Zij Sluimert

by Jacques Perk Dutch

Zij rust in ’t malsche mos, en houdt gebogen
Dien arm, dien mos en lokken beide streelen,--
Een sprei van groene schaduw, zacht bewogen,
Daalt uit de zilverloovers der abeelen;

Zij ademt zuchten, en zij lacht, als togen
Er droomen door heur ziel, die vroolijk spelen;
O, zoete hoop! Straks opent zij heure oogen,
Straks zal de hemel nieuwe heemlen telen:

Slaap zacht! Ik zie den donkren nacht genaken,
Dat gij uw oog voor eeuwig houdt geloken,--
Dan sluimert gij, maar kunt niet meer ontwaken:

Dan zal de zode, die gij dekt, ú dekken,
Dan zal geen zonnestraal uw lippen strooken,
Geen lied van ’t woud u uit dien sluimer wekken.--

More poems by Jacques Perk

All poems by Jacques Perk →