’k Wil u eens wat zeggen, blondje
Dat gij niet begrijpen zult....
’t Is, dat gij geheel mijn wezen
Met iets liefelijks vervult.
’t Is, dat gij geheel mijn wezen
Met iets liefelijks vervult.
’t Is, dat ik zou kunnen weenen,
Als ik denk aan al ’t geluk,
Dat het duifje mij zal schenken,
Dat ik in mijn armen druk.
Zie! mijn woning wordt een hemel,
Zonneschijntje! Lentebloem!
Als gij daar zult geuren, stralen,
En ik u mijn vrouwtje noem.
Ach, ik zie u reeds, als heden,
Nederknielen aan mijn knie...
Kind! ik zal gelukkig wezen,
Als ik ú gelukkig zie!--