Nedervaart

by Jacques Perk Dutch

Gelijk wen sluiers zweven voor de maan,
En ’t zwerk de duizend oogen houdt gesloten,
En al wat kleur had, die is kwijtgegaan,--
Een spooknacht uit den hemel is gevloten....

Zoo is het hier, waar men geen blik kan slaan
Op iets, dat is, en blindheid is gesproten
Uit zwarten nacht; waar men zich voelt bestaan,
En niet, en vingers tegen steen laat stooten:

De voet, die volgt, staat hooger dan die treedt,
En de onbezielde stilte wijkt ter zijde,
Terwijl ik, of hier wanden zijn, niet weet;

De zool, die zinkt en zuigt, baart, waar ik glijde,
Een doffen smak, en .... angstig, klam van zweet,
Is daar een koude wand, dien ’k tastend mijde.

More poems by Jacques Perk

All poems by Jacques Perk →