Levenswijsheid
Gelukkig zijn en toornig tevens gaat niet:
Wenscht gij geluk, dan moet gij dus niet toornen
Geniet den geur der roos, ontzie haar doornen:
Raak haar niet aan, en zie, de doorn bestaat niet....
Wijt het uzelven, zoo gij wrokt; het baat niet,
Of gij al bloesems eischt van de verkoornen
Tot dor-zijn. Laat de uit menschenzaad geboornen
Slechts mensch zijn; verg niet meer, en haat niet.
Wilt gij den schaterenden bergstroom stremmen...
Hij sleurt u voort, en solt u, trots uw krijten--
O, dwaas! wat wilt gij het ontembre temmen?
Wilt ge op albast uw brein te bersten splijten,
Zoo tracht de goede menschheid óm te stemmen--
Wil ze als zij is.... en haar valt niets te wijten!