Idealen
„Mijn ideaal van zaligheid en deugd,
’t Volmaakte, waar ik immer naar zal streven,”
--Zoo spreekt de roos--„is een kortstondig leven,
Vol kleur en geur en teederheid en jeugd.”
„Is dàt me een ideaal!”--spreekt de eik--„Geneucht,
Te zien geslachten na geslachten sneven,
En eenzaam, boven lot en dood verheven,
Te staan in statige, eeuwig-kalme vreugd.”
En ’t kroos der poel: „Waar dwazen al naar talen!
Ik wensch voor alle streven ’t eenig loon:
Uit water kiemen, en er dood in dalen.”
De hemel lacht, en spreekt op blijden toon:
„Braaf! gij gevoelt uw plicht! Dit toont uw smalen....
Volmaakt u, dan wordt ge allen goed en schoon!”