Dorpsdans

by Jacques Perk Dutch

De vedel zingt, waar roos en wingerd-ranken
Verliefd omhelzen ’t huis des akkermans,
En gloeien in den avond-purper-glans,--
En twintig menschen rijzen bij die klanken;

Het avond-maal heeft uit: van disch en banken
Verdween der jonkheid blij geschaarde krans,--
De vlugge voeten reien zich ten dans,
En de arm buigt om de leesten heen, de slanken:

Daar tripplen zij en stampen naar de maat,
Terwijl de kroezen op den disch rinkinken,--
En naar de wangen stijgt het vroolijk bloed:

Den oude, die daar op den dorpel staat,
Ziet men de vreugd uit lachende oogen blinken,
Tevreden, dat hij leeft, en leven doet.

More poems by Jacques Perk

All poems by Jacques Perk →