De Scheper

by Jacques Perk Dutch

Een zee van golvend purper, in verbazen
En ademloos, verstijfd--als waar’ zij dood--
Bij ’t zien van ’t eindloos-vlammend avond-rood....
Zóo schijnt de heide, waar wie honig lazen

Met de’ avond-last langs bloem en purper razen,
Om niet te keeren, vóor de nacht ontvlood,--
En, scheidend, houdt de delling in haar schoot
De blanke heerden, die al ruischend grazen:

De waaksche wolf, die zich geen wolf betoont,
Likt speelsch de staf-en-handen van den herder,
Die twintig kudden eenzaam heeft gehoed;

En met een blik, waarin de liefde woont,
Drijft hij de wit-gewolde wolkjes verder....
En ziet naar hen, de heide en de’ avond-gloed.

More poems by Jacques Perk

All poems by Jacques Perk →