De Maan Verrijst
Het duister doet de tinten samenvlieten,
En dekt met fulpen nacht het schel azuur,--
Nu gaat de glimvlieg heen en weder schieten,
Gelijk een star, gelijk een dansend vuur:
De stilte bidt.... Een tempel is natuur,
En de aard voelt zich met vrede als overgieten....
Het is dezelfde heilige avonduur’,
Als toen ik ’t eerst heur aanblik mocht genieten:
Eerbiedig denk ik aan het jong verleden:
Ik hoor heur stem, ik hoor heur zachte schreden....
Op bloemengeuren stijgt haar naam omhoog--
Wat zou dat zilver op den bergtop wezen?....
Dáar is de maan in al haar glans verrezen....
Zóo rijst Mathilde voor het droomend oog!