De Bouwval

by Jacques Perk Dutch

’t Is alles nu met duisternis omtogen,
En ’t starren-dak zendt stilte op ’t glanzend puin,
De verre trots weleer van rots en kruin,--
Het maanlicht glipt door holle venster-bogen;

Geen sprankje mos wordt door een zucht bewogen,
Geen leven slaakt geluid in ’t kil arduin,--
Slechts in den onkruid-ruigen bouwval-tuin
Schiet, klaterend, een springbron naar den hoogen:

En ’t lage dal blikt op, met vreeze en beven,
Naar ’t slot, waar zang en zwaardgekletter klonk,
Toen willekeur bevel vermocht te geven,--

En ’t ziet, in schemer-schijn der nachtzon, zweven
Het schimmen heir, dat in den dood verzonk,
Doch in den doodschen burg der nacht bleef leven.

More poems by Jacques Perk

All poems by Jacques Perk →