Aanzoek

by Jacques Perk Dutch

Wat werd ik zonderling opeens te moede,
Toen gij mij, lieve, vleiend hadt gevraagd:
„Aanbid, met mij vereend, de Moedermaagd,
En neem mijn godsdienst aan: het is een goede.

Ik zal Haar bidden, dat Zij u behoede;
Dat mijn geloof oók in ùw harte daagt;
Geloof als ik, het ongeloof verlaagt,
En ’k hoop, dat uw gemoed nog vroomheid voede!”

Zoo fleemdet ge, en gij zaagt mij smeekend aan;
Ik had zoo gaarne toen uw zin gedaan.
’t Geloof is beter dan het niet-gelooven.

Doch neen, behoud uw godsdienst, mijn vriendin!
Hij maakt u goed, laat mij mijn eigen zin:
Wat hij ú schenkt, dat zou hij mij ontrooven.--

More poems by Jacques Perk

All poems by Jacques Perk →